Pas sinds 2014 maken pootmachines onderdeel uit van het gamma van Dewulf. In dat jaar sloeg de fabrikant een belangrijke slag op dit gebied met de overname van Miedema. Van oudsher producent van inschuurapparatuur en later ook van pootmachines. Machines die Miedema zelf ook verkreeg door overnames.
De geschiedenis van Dewulf in Roeselare (België) gaat terug naar 1946. Toen landbouwerszoon Robert Dewulf startte met het smeden van ploegen in de schuur van zijn vader. Daarmee bestaat de fabrikant dit jaar tachtig jaar. Nagenoeg direct vanaf het begin ontwikkelt Robert aardappelrooiers.
Aardappelpootmachines sinds 1997
In 1997 verschijnen de eerste pootmachines ten tonele door de overname van machinefabrikant Structural. Die overname volgt op een samenwerking bij de ontwikkeling van de snarenbedpootmachine. Vanaf 2004 voegt Miedema – na het faillissement van Netagco – eveneens bekerpootmachines toe aan het programma die onder Netagco door Rumptstad werden ontwikkeld en gebouwd. “Door al die overnames en turbulente periodes zou je bijna vergeten dat Miedema an sich eigenlijk altijd goed winstgevend is geweest”, benadrukt Christiaan Poot. Hij is productmanager in Winsum.
In 2010 brengt Miedema vervolgens de CP-serie bekerpootmachines op de markt waarbij CP staat voor cup planter. De CP-serie bestaat momenteel uit de CP 22, 42, 62 Xtreme en 82 Xtreme. Waarbij het eerste cijfer staat voor het aantal rijen. “De CP 42 is verreweg het populairste model in België en Nederland. Zowel in gedragen als in getrokken uitvoering en wel vanwege het aantal rijen, de goede afleg, de modulaire bouwwijze en de interessante prijs-kwaliteitverhouding.” Poot vervolgt door aan te geven dat beide landen zorgen voor zo’n veertig procent van de totale omzet in Winsum.
All-in-one niet nieuw bij Dewulf
Daar waar de CP-modellen niet gericht zijn op het combineren van werkgangen volgens een all-in-one principe, is de CP 42 Compact dat wel. Sinds 2001 is die machine leverbaar, een combinatie van een standaard frees en standaard pootmachine met aanaardkap. Die in theorie ook afzonderlijk van elkaar te gebruiken zijn. “Die combinatie is door z’n bouwwijze en lengte minder wendbaar en vereist een forse trekker en dat past niet iedere teler. Zeker bij korte of geen kopakkers.”
Met de Certa 40 Integral slaat Dewulf sinds 2023 een andere weg in. De Certa 40 Integral is compacter gebouwd dankzij onder meer de toepassing van een pootelement dat ten opzichte van de rijrichting achterover staat. Hierdoor ontstaat vóór het pootkanaal ruimte voor (het zwaartepunt van) een bunker met naar wens 2,9 of 3,5 ton inhoud. Beide volumes zijn even populair. Maar de grote bunker is wel voorbehouden aan machines met 75 centimeter rijafstand. Dankzij de kortere bouw ligt het zwaartepunt van deze Certa dichter op de trekker en is de pootcombinatie een stuk wendbaarder. Wil je vloeistoffen toedienen tijdens het poten, dan heb je daarvoor een fronttank nodig.
De Certa 40 Integral erfde het zogenoemde Smart-Float principe waarbij de werkdiepte van de frees wordt aangestuurd door de loopwielen en de stand van de achterplaat van de frees. De geulentrekkerbalk is gekoppeld aan de hoogte van de aanaardkap en zodoende bepalend voor de diepte van de knol onder de top van de rug.
Meer precisie en ergonomie
In 2024 beproefde Dewulf een nulserie van vijftien machines en sinds 2025 is de Certa 40 Integral commercieel onbeperkt beschikbaar. De fabrikant verkocht er inmiddels ruim zestig. “Het feit of je poot met een gedragen of een getrokken pootmachine of alles in een werkgang, is sterk regionaal en persoonlijk bepaald”, vervolgt Poot. “Vooral perceelgroottes en de logistiek zijn van belang. Zo zie je in Wallonië een sterkere voorkeur voor getrokken (all-in-one) machines en in Vlaanderen eerder juist meer gedragen machines. Telers van pootgoed en tafelaardappelen neigen vanwege de vele knollen per hectare naar getrokken machines met grote bunkervolumes.”
Bij de ontwikkeling van dit typ Certa – Latijn voor zeker, betrouwbaar – besteedde Dewulf extra aandacht aan precisie en ergonomie. Zo is de vorm van de pootbuis parabolisch met het oog op het centreren van de knollen in beide pootbuizen en boven de ketsplaat onder de pootelementen.
Dit moet een precieze afleg en pootafstand waarborgen. De ruimte in het pootkanaal kun je zonder gereedschap verstellen met het oog op andere potermaten en -vormen. Dit doe je per pootelement afzonderlijk. Een schaalverdeling ontbreekt tot dusver. Wel kun je vanaf opzij gezien de hendels visueel uitlijnen.

Gele pootbekers
De meeste gebruikers kiezen voor gele pootbekers die pootgoed van 30 tot 55 millimeter aankunnen. De paarse pootbekers zijn qua omvang vergelijkbaar maar zijn dieper en kunnen harder trillen. Dit met het oog op het gebruik van gesneden pootgoed. De intensiteit van de trillers stel je per rij in. Voor het wisselen van bekerriemen kun je de bekerriem met twee hendels ontspannen. De toestroom van de knollen uit de bunker is nu makkelijker te regelen met een chokeplaat met een positie achter de bunker en een langere handgreep.

30 tot 55 millimeter.
Sensoriek schiet te hulp
De compacte bouwwijze van de Certa 40 Integral heeft wel tot gevolg dat je vanuit de cabine ondanks roosters in de achterzijde van de bunker geen zicht hebt op alles wat daaronder en -achter gebeurt. Gelukkig schieten sensoren en camera’s te hulp. Natuurlijk is er misserdetectie op elke bekerriem. Een sensor van het MR-Control systeem meet tussen rug 1 en 2 hoeveel grond beschikbaar is voor de rugopbouw en stuurt op basis hiervan de aanaardkap aan. Een tweede ultrasoonsensor is optie. Op de terminal – ofwel een bestaande Isobus terminal ofwel een Topcon terminal – stel je geen pootdiepte in. Die is bepaald door de ingestelde hoeveelheid grond in centimeters die je onder de knol wenst en de hoeveelheid grond die je boven de knol wilt. Even omdenken dus.
Meer opties gericht op precisie en ergonomie zijn twee camera’s. Deze zijn gericht op elk twee pootelementen, eentje naar achteren en eentje op de aanaardkap. Dat een tweede MR-Control sensor en camera’s haast onmisbaar zijn, blijkt uit het grote aantal klanten dat deze opties aanvinkt.

Als optie kun je ook kiezen voor vier weegcellen onder de bunker. Deze wegen ook de pootelementen mee. Deze techniek stelt je in staat om de bunker met de juiste hoeveelheid poters te vullen. En te sturen op kilo’s pootgoed per hectare in plaats van op aantal poters per hectare. Een ander aspect is dat je voor de start van een nieuwe werkgang kunt afwegen of je nog voldoende pootgoed in de bunker hebt.
Kijk voor meer informatie op www.dewulfgroup.com/nl/product/poten/pootmachines.
Tekst: René Koerhuis en Seppe Deckx
Beeld: René Koerhuis, Steven Bomers, Jorick Van Steerteghem en fabrikant




