Het begon allemaal in de Verenigde Staten. Al in 1907 bouwde Henry Ford zijn eerste trekker met onderdelen van verschillende Ford-auto’s. Zijn uitvinding doopte hij ‘Automobile Plow’. De eerste ‘Ford’-tractor was geboren.
De evolutie
In 1915 richtte Henry in Dearborn de ‘Dearborn Tractor Plant’ op onder het motto ‘Those who serve agriculture, serve mankind’ / ‘Wie de landbouw dient, dient de mensheid.’ In 1917 was het zover: de wereld maakte kennis met Fordson. De naam ‘Fordson’ was een samenvoeging van Ford & Son. Henry Ford wilde zijn revolutionaire landbouwtractor immers niet onder de naam van zijn hoofdbedrijf, Ford Motor Company, uitbrengen. Zijn investeerders waren het destijds niet eens met de productie van tractoren. Om dit te omzeilen, richtte hij samen met zijn zoon Edsel Ford een apart bedrijf op. De naam werd een eerbetoon aan deze samenwerking.
Hun eerste model, de Fordson F, werd meteen een wereldwijd succes en ging in massaproductie. Vanaf 1928 besloot het moederbedrijf in de VS zich meer op auto’s te focussen. De tractorproductie werd overgeheveld naar Groot-Brittannië. Vanaf 1933 dan procudeert men alle Fordson-tractoren in de grote fabriek in Dagenham, Essex. Modellen zoals de legendarische Fordson N en E27N volgden. Pas na de Tweede Wereldoorlog ging Ford in de VS opnieuw eigen tractoren produceren onder de naam Ford. In Europa bleef de naam Fordson echter tot 1964 in gebruik, waarna ook hier de naam Ford werd ingevoerd. Eveneens in 1964 werd een nieuwe toonaangevende fabriek opgetrokken in het Engelse Basildon.

Made in Belgium
Deze rubriek noemt natuurlijk niet Made in America of Made in England. Ook België speelt al jaar en dag een belangrijke rol voor deze wereldspeler. Met onder andere een Antwerpse vestiging die oorspronkelijk een auto-productiehal was. Deze werd in 1922 gesticht onder de naam Ford Motor Company Belgium NV. De locatie was door Henry Ford eigenhandig uitgekozen. Niet veel later begon men met de assemblage van auto’s in de Antwerpse Duboisstraat, waar men alle beschikbare versies van het Model T ging bouwen. De snelle groei van de activiteiten dwong Ford uit te kijken naar een groter pand. Zo kwam het bedrijf uiteindelijk in de Antwerpse haven terecht, waar in 1930 een gloednieuwe fabriek verrees.
Het jaar 1964 betekende ook hier een belangrijke mijlpaal. Men besloot de al aanwezige autoproductie in Antwerpen te verplaatsen naar een nieuwe assemblagefabriek in Genk, zodat men zich in Antwerpen kon toeleggen op de productie van tractoren. De assemblagefabriek bouwde men volledig om en besloeg, eenmaal klaar, een oppervlakte van maar liefst 75.000 vierkante meter. Een investering van 1,5 miljard Belgische frank, of ruim 37,5 miljoen euro. Deze nieuwe productiehal was ontworpen om zowel fabricage- als assemblagehandelingen te kunnen verrichten.
Legendarische modellen rolden meteen van de band, zoals de Ford Dexta 2000, Super Dexta 3000, Major 4000 en Super Major 5000. Al snel verdwenen echter de aanduidingen Dexta, Major en Super. Al deze modellen werden een groot succes. Wil je weten of je een Belgisch exemplaar hebt, dan kan je dat vrij eenvoudig aan de hand van het serienummer controleren. Bij tractoren uit de fabriek in Antwerpen begon het serienummer immers met ‘A’, verwijzend naar Antwerpen. De B verwees naar in Basildon gebouwde tractoren en de C naar tractoren uit de Verenigde Staten.

Populaire tractoren bij Ford Antwerpen
Ook wijlen paus Johannes Paulus II was fan van de sterke Ford-tractoren. Daarom gebruikte hij deze iconische Ford 3000 in de jaren ’80 en ’90 op het domein van de Villa Pontificia in Castel Gandolfo, gelegen in de heuvels nabij Rome. Dit domein omvat tientallen hectaren landbouwgrond en tuinen en vormt zo het zomerverblijf van de pausen. De boerderij werd in de jaren dertig opgericht door paus Pius XI. Het doel was de paus, zijn huishouden en de inwoners van Vaticaanstad te voorzien van verse, biologische producten zoals melk, boter, eieren, groenten en olijfolie.
Heel wat modellen volgden in Antwerpen, met de 600- en 700-series als opvolger van de 1000-series. In 1972 werd de 4.000.000ste Ford-tractor gebouwd. Om deze mijlpaal wereldwijd te herdenken, werd dit exemplaar in het Amerikaanse Michigan gebouwd. Het 3.999.999ste exemplaar in Basildon en het 4.000.001ste exemplaar hier in Antwerpen.
In 1979 lanceerde Ford Motor Company de TW-serie. De driedelige serie bestond uit de TW10 van 124 pk, de TW20 van 145 pk en de geheel nieuwe TW30 van 184 pk. In 1983 volgde een upgrade met de introductie van de modellen TW15, TW25 en TW35. Eind 1985 introduceerde Ford de TW generatie II, die tot en met 1989 werd geproduceerd.
In 1986 werd tussen de landbouwafdeling van Ford en Sperry New Holland een overeenkomst gesloten. In de transactie zat ook de overname van de maaidorserfabriek New Holland/Clayson in Zedelgem. Bijna tegelijkertijd kwam het bericht dat de Ford-tractorproductie volledig naar Europa zou verhuizen. De kleine en middelgrote series gingen naar het Engelse Basildon, terwijl de grote TW-modellen naar Antwerpen kwamen. In 1989 was het dan ook dubbel feest voor Ford Tractor Belgium. Men vierde niet alleen het 25-jarig bestaan, maar op 6 december rolde ook de 25.000ste Ford TW van de band. Als dat geen mooi sinterklaascadeautje was. Ondertussen had men in 1987 ook de kaap van 2.000.000 geproduceerde achterbruggen overschreden.

Industriële tractoren bij Ford Antwerpen
Het jaar erop werd besloten de assemblage van de industriële trekkers ook naar Antwerpen over te brengen. In 1988 werd zo een omzet van +/- 11 miljard Belgische frank (272.682.761 euro) behaald. Ook de massaproductie van tandwielen draaide hier op volle toeren. Heel wat achterbruggen en aandrijflijnen waren niet eens voor eigen gebruik bestemd, maar onder andere voor Caterpillar.
De productie van de industriële tractoren werd verdeeld over de twee vestigingen die New Holland hier in handen had. Zedelgem kreeg een nieuwe productiehal voor de productie van graaf- en laadarmen, het chassis, de cabine en graafbakken. Antwerpen kreeg een nieuwe assemblagelijn, waarmee dagelijks tot 42 industrietrekkers van de band konden rollen. De geproduceerde eenheden waren bestemd voor de hele wereld, aangezien deze graaflaadcombinaties enkel in ons kleine landje werden geassembleerd. Om alles voor elkaar te krijgen, had men bijna 1.000 extra personeelsleden nodig, verdeeld over beide vestigingen. Het totaal kwam daarmee op 5.000 personeelsleden. Ook de omzet steeg tot maar liefst 20 miljard Belgische frank (495.786.838 euro). Hallucinante bedragen, maar ook nodig om de miljardeninvesteringen in de fabriek te laten renderen.
De modellen die geproduceerd werden, waren toen de Ford 555C en Ford 665C, beiden verkrijgbaar als graaflaadcombinatie of lader. Daarnaast waren beide modellen verkrijgbaar in 2-WD en 4-WD. Het grootste verschil zat in het vermogen, met respectievelijk een 68 en 78 pk sterke 4-cilinder dieselmotor.

Het einde van een tijdperk
In 1989 stelde Ford de opvolgers van de TW-serie voor: de 8630, 8730 en 8830. Dit zouden uiteindelijk de laatste echte landbouwtractoren worden die Ford Antwerpen assembleerde. In 1991 werd Ford New Holland volledig overgenomen door Fiat Geotech om samen verder te gaan onder de naam New Holland. De productie van landbouwtractoren werd in Antwerpen stopgezet. Tot 1996 werden hier wel nog de industriële Ford/New Holland D-serie geassembleerd.
Antwerpen werd zo een belangrijke producent van onderdelen, met onder meer de productie van de ‘Range Command’, de semi-powershifttransmissie voor de New Holland M60. Kwaliteit droeg men hier hoog in het vaandel, waardoor men de Q1 Qualitas Award en het ISO 9002-certificaat behaalde. Eind jaren ‘70 voerde men al 525 verschillende testen uit vooraleer de tractoren de fabriek verlieten richting Ford-concessiehouder. Daarnaast werd iedere dag willekeurig een tractor van de band genomen om nog eens 340 bijkomende controlepunten te controleren.
Dagelijks worden er meer dan honderd aandrijflijnen geproduceerd die in Basildon en Sankt Valentin (Oostenrijk) verder afgewerkt worden tot kant-en-klare tractoren. Antwerpen assembleert inmiddels al jaren geen tractoren meer en is een zusterbedrijf geworden van CNH Zedelgem. Het heeft hierdoor misschien wat naamsbekendheid verloren, maar blijft een belangrijke speler. In 2019 werd er nog de 75.000ste continu variabele transmissie (CVT) geproduceerd. Zo was en is Antwerpen nog steeds een steunpilaar voor één van ’s werelds grootste tractorproducenten. Iets waar we met ons kleine landje fier op mogen zijn.

Tekst en beeld : deoudedoos.be




