Terwijl de suikerbiet- en cichoreisector een periode van ingrijpende veranderingen doormaakt, heeft een essentiële schakel nog steeds moeite om zijn stem te laten horen: de loonwerker die gespecialiseerd is in het rooien. Zonder hem komen er geen suikerbieten of cichorei van het land naar de fabrieken. Als operationele schakel in de waardeketen is hij een onmisbaar onderdeel ervan. Zoals veel ondernemers zeggen: “Als je een schakel uit een ketting haalt, breekt de ketting.”
Het beroep vereist niet alleen zeldzame technische expertise, maar ook zeer specifieke en dure machines. Een bietenrooier kost vandaag de dag meer dan 750.000 euro, en daar komen nog eens tienduizenden euro’s bij om de machine aan te passen voor het rooien van cichorei, bedragen die een afschrijvingstermijn van minimaal zeven jaar vereisen. Het is dus essentieel om productiegaranties te hebben voor een lange periode.
Afname areaal
Deze financiële stabiliteit wordt echter bedreigd door een afname van het areaal. De twee grootste Belgische suikerproducenten hebben voor 2026 een vermindering van het areaal aangekondigd. De gevolgen zijn het grootst voor de bietenplanters die leveren aan Tiense Suikerraffinaderij. Deze inkrimping betekent eveneens een zware klap voor de loonwerkers. In België hebben zij immers slechts twee mogelijke klanten, en in sommige regio’s zelfs maar één. Daardoor is elke industriële beslissing van structureel belang, en zelfs bepalend voor het voortbestaan van hun activiteit.
De economische kwetsbaarheid van de loonwerkers is ook te verklaren door een grote asymmetrie tussen de spelers. Wanneer een perceel suikerbieten of cichorei niet kan worden geoogst, krijgt de landbouwer een aanzienlijke financiële compensatie, wat legitiem is. Dit jaar is ongeveer 250 hectare cichorei niet door de industrie opgehaald en is bijna 50 hectare zelfs niet gerooid. Dat zal men op het veld vernietigen. De loonwerkers, die hun machines hebben ingezet, hun teams hebben ingepland en hun vaste kosten hebben gedragen, ontvangen echter geen enkele compensatie. Hun economisch model raakt hierdoor uit balans, temeer daar 60 tot 70 procent van de aan de landbouwer gefactureerde prijs bestaat uit de afschrijving van de machine, een onvermijdelijk deel.

Strakkere planning
Naast deze financiële druk is er ook een toenemende organisatorische druk. De industriële eisen zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen. Maar ook de planning is steeds strakker door het verdwijnen van verschillende suikerfabrieken. De machines draaien minder, maar het werk wordt paradoxaal genoeg intensiever: de teams moeten vaak dag en nacht werken, afhankelijk van het weer en de industriële instructies. In het geval van cichorei is het niet ongebruikelijk dat, als er voor de komende dagen regen wordt voorspeld, de opdracht om te rooien nog dezelfde dag binnenkomt. Hierdoor moeten de loonwerkers hun teams en materiaal met spoed reorganiseren.
De algemene coördinatie kan nog verbeterd worden. Bij de planning van suikerbieten en cichorei en regio’s ontbreekt het nog aan structureel overleg met de loonwerkers. Hierdoor komt het regelmatig voor dat bietenrooiers in een bepaalde regio op volle capaciteit draaien, terwijl in de naburige regio meerdere machines ongebruikt blijven.
Deze moeilijkheden doen zich voor terwijl België toch tot de gebieden met de beste suikeropbrengsten van Europa behoort. Deze prestatie, die op Europees niveau wordt erkend, is niet alleen te danken aan de kwaliteit van de bodem en de knowhow van de telers, maar ook aan de operationele beschikbaarheid van de loonwerkers voor het bietenrooien. Zonder hun werk zou geen enkele suikerbiet, zelfs niet van uitstekende kwaliteit, de fabriek bereiken.
Constructieve dialoog
Geconfronteerd met deze uitdagingen geven de loonwerkers vandaag duidelijk blijk van hun wil om actief deel te nemen aan een constructieve dialoog met de industriëlen, de telers en de overheid. Hun doel is om hun beroep veilig te stellen en bij te dragen aan een efficiëntere organisatie van de sector, met name door een betere coördinatie van het rooien tussen regio’s en tussen gewassen, een officiële erkenning van hun rol in de waardeketen, een evenwichtig kader voor compensatie in geval van mislukte oogst, en een reële inachtneming van de evolutie van de kosten van materiaal, arbeid en energie.
In een context waarin de oppervlakte afneemt, machines niet meer de volumes halen die men bij aankoop verwachtte en de economische druk toeneemt, komt het behoud van loonwerkers neer op het behoud van de hele sector. Zonder hen komt er geen oogst van het land, draait geen enkele fabriek en verlaat er geen suiker de productielijnen. Door deze essentiële schakel te beschermen, beschermt men de hele keten.

De Nationale Centrale Landbouw-Service is de enige erkende beroepsvereniging van de toeleveranciers van de landbouwsector. De vereniging richt zich tot ondernemers uit de volgende doelgroepen:
- loonwerkers en aannemers van landbouwwerken
- loonsproeiers en sproeistoffenhandelaars
- handelaars in mest en meststoffen
De vereniging telt 750 leden waarvan 500 in Vlaanderen en 250 in Wallonië. Ze zijn zowel zelfstandige ondernemers als KMO-leiders met personeel.
Mail: landbouwservice@sectors.be
Tel.: 02 274 22 00
Tekst: Nationale Centrale Landbouw-Service vzw Beeld: Nationale Centrale Landbouw-Service vzw en Seppe Deckx



