Begin februari kondigde Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns aan dat de uitrijregeling voor mest (type 2-meststoffen) op grasland vervroegd werd van 16 naar 9 februari. Dit omwille van de gunstige weersomstandigheden. De beslissing kwam er mede op aandringen van landbouworganisaties als ABS, BioForum en Boerenbond. De redactie sprak met twee loonwerkers die de eerste mest uitreden in Vlaams-Brabant.
Loonwerker Jan Vanvinckenroye uit Tongeren maakte de trip naar Vlaams-Brabant met zijn Vervaet. Die is voorzien van een Bomech-bemester van achttien meter breed. “We zijn momenteel met twee aan het rijden”, zegt Vanvinckenroye. “De andere machine rijdt in de buurt van Tongeren maar hier hebben we al jaren een klant en sinds kort kwam er nog een tweede bij. Toen het nieuws bekend werd dat we vroeger konden bemesten, contacteerden ze ons onmiddellijk met de vraag ‘Gaan we rijden?’ want hun mestputten zaten zowat vol.”

Verrast door beslissing
De loonwerker erkent dat hij wat verrast was door de beslissing. “Je hoort me zeker niet klagen maar we hadden de beslissing niet zien aankomen. Ook de landbouwers niet want we hebben de afgelopen tijd nog wel wat mest afgezet omdat mestkelders bijna vol zaten. Dat zijn kosten die achteraf gezien niet nodig waren. Het is dus jammer dat het nieuws pas laat bekend werd. Volgens mij was ook de Mestbank wat verrast want aanvankelijk was het ook voor hen niet helemaal duidelijk wat nu juist toegelaten was.”
Bij Vanvinckenroye waren ze nog aan het sleutelen aan de machines. “We hebben zelfs op zondag nog doorgewerkt om de Vervaet-zelfrijders helemaal klaar te maken. Ze voorspellen de komende dagen meer regen, dus de kans zit erin dat we dan weer enkele dagen moeten wachten want we moeten uiteraard rekening houden met de draagkracht van de bodem.”

Onderhoud even on hold
Enkele kilometers verder is de Vredo van loonwerken Elsen David aan de slag met de eerste mest. Chauffeur van dienst is Largo Nijs. Die weet te vertellen dat de klant waarbij hij nu bezig is ieder jaar wel de eerste is die belt. “We waren nog bezig met het onderhoud van de balenpersen maar dat werkje wordt deze dagen even on hold gezet. Wellicht zullen we door de regen de komende dagen toch niet veel kunnen bemesten en dan kunnen we die balenpersen afwerken. De percelen rond deze boerderij liggen wat hoger en zijn goed berijdbaar. Er was één groot perceel waar de landbouwer niet zeker van was maar ik heb geprobeerd en ook dat ligt er goed genoeg bij om te kunnen bemesten.”
De landbouwer in kwestie, Nico Vandervelpen vult Largo aan. “Ik weet dat de loonwerker goed kan inschatten wat wel of niet gaat. Hij rijdt met zijn Vredo ook altijd in hondengang en door het bandendrukwisselsysteem kan hij op het veld met lage druk rijden. Je ziet bijna niet dat hij over het perceel gereden heeft.” Largo Nijs voegt eraan toe dat hij nu op ongeveer 1,6 bar rijdt.
“Ik was wel blij dat ik de loonwerker kon bellen door de vervroegde uitrijregeling”, zegt Vandervelpen. “Was er die niet gekomen, dan had ik hem ook moeten bellen om mest te komen overpompen van mijn mestputten naar de mestzak die ik heb liggen. Dat zijn allemaal kosten en inspanningen die nu uitgespaard worden.”

Geen loutere kalenderlandbouw
Als we Nijs bezig zien, is het duidelijk dat de putten tot aan de rand vol zitten. De beslissing kwam er voor deze landbouwer dus juist op tijd. Deze verhalen illustreren ook de uitspraak van minister Brouns die stelt dat het belangrijk is dat we in het beleid durven afstappen van loutere kalenderlandbouw en rekening houden met de weersomstandigheden. Door een week vroeger te beginnen op een bodem die daar klaar voor is, kunnen mestkelders een beetje leeg gemaakt worden. De eventuele vertraging door de regen die nu voorspeld wordt, wordt op die manier voor een stuk gecompenseerd. Want één zaak is duidelijk: landbouwers en loonwerkers werken vaak heel goed samen om in te schatten waar er wel en niet gereden kan worden. Die expertise is wellicht meer waard dan een loutere kalenderlandbouw.

Tekst en beeld: Seppe Deckx




