In Vlaanderen mogen landbouwers dit jaar een week eerder vanaf 9 februari drijfmest uitrijden op grasland. De Vlaamse overheid heeft daarvoor uitzonderlijk groen licht gegeven. De maatregel moet landbouwers meer flexibiliteit geven in hun planning en tegelijk zorgen voor een betere benutting van nutriënten in het voorjaar. Het besluit roept tegelijk ook veel vragen op. Waarom is deze uitzondering nodig? Wat mag wel en wat blijft verboden? En is dit iets wat in de toekomst vaker kan gebeuren?
Wanneer mag mest normaal worden uitgereden?
De uitrijregeling voor mest in Vlaanderen ligt wettelijk vast en verandert normaal gezien niet van jaar tot jaar. Voor grasland geldt in een regulier seizoen een vaste startdatum in de tweede helft van februari. Die datum vormt het officiële begin van het bemestingsseizoen voor grasland en is bedoeld om nutriëntenverliezen en negatieve effecten op de waterkwaliteit te beperken.
Afwijkingen van deze kalender zijn uitzonderlijk en worden alleen toegestaan wanneer bodem- en weersomstandigheden dit verantwoord maken.
Daarnaast mag stalmest in Vlaanderen doorgaans al vanaf 16 januari worden toegediend, los van de regeling voor drijfmest op grasland.
Wat is er dit jaar anders?
Omwille van de gunstige weersomstandigheden heeft Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns beslist om de uitrijregeling voor mest op grasland dit jaar te vervroegen. Concreet mag drijfmest vanaf 9 februari worden uitgereden, een week eerder dan normaal.
De beslissing kwam er na overleg met de sector. Landbouworganisaties Boerenbond, ABS en BioForum hadden bij de minister aangedrongen op meer flexibiliteit, gezien de vroege start van het groeiseizoen en de gunstige bodemcondities.
Volgens de Vlaamse overheid laten de omstandigheden dit toe door:
- een relatief droge bodem
- beperkte risico’s op afspoeling
- en een vroege start van de grasgroei
Het gaat nadrukkelijk om een tijdelijke maatregel die uitsluitend voor dit jaar geldt.
Bekijk de uitrijregeling 2026 van Vlaamse Land Maatschappij
Advies van VLM: verantwoordelijkheid blijft bij de landbouwer
De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) wijst erop dat vervroegd mest uitrijden geen vrijgeleide is. Landbouwers wordt geadviseerd rekening te houden met de draagkracht van de bodem. Is een perceel nog te nat, dan kan het verstandiger zijn om bemesting uit te stellen om structuurschade en nutriëntenverliezen te vermijden. Het blijft daarbij de eigen verantwoordelijkheid van de landbouwer om te beoordelen of de omstandigheden geschikt zijn.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor melkveehouders met grasland biedt de vervroeging extra flexibiliteit. Mest kan worden uitgereden op een moment dat het gras de nutriënten ook daadwerkelijk kan opnemen, wat kan bijdragen aan een gelijkmatigere voorjaarsgroei.
Voor loonwerkers betekent de maatregel vooral meer spreiding in het werk. Minder piekdruk maakt planning eenvoudiger en verkleint de kans dat werkzaamheden onder minder gunstige omstandigheden moeten plaatsvinden.
Akkerbouwers met grasland in de rotatie krijgen meer ruimte om werkzaamheden beter af te stemmen op bodemtoestand en weersverwachting.
Welke regels blijven gelden?
Hoewel mest dit jaar eerder mag worden uitgereden, blijven alle overige regels ongewijzigd. Landbouwers moeten zich blijven houden aan:
- de geldende bemestingsnormen
- toegelaten types mest
- voorgeschreven uitrijtechnieken
- afstandsregels tot waterlopen
- controle en handhaving door de Mestbank
De versoepeling heeft uitsluitend betrekking op de startdatum, niet op de inhoud van de mestwetgeving.
Het vervroegd mest uitrijden op grasland biedt Vlaamse landbouwers dit jaar extra flexibiliteit, maar binnen duidelijke grenzen. De maatregel sluit aan bij de omstandigheden van dit voorjaar, zonder afbreuk te doen aan de bestaande mestregels. Voor melkveehouders, loonwerkers en akkerbouwers kan dit helpen om werkzaamheden beter te plannen en nutriënten efficiënter te benutten.
Lees ook: Veelgestelde vragen over vervroegd mest uitrijden
Bron: VLM
Beeld: Brentley Arys ingezonden via Trekker van de Week




